Schakelingen

Doelen van dit project

– Leren hoe je schakelingen kan maken.
– Leren wat je thuis hebt aan de elektrische apparaten.
– Leren tekenen van schakelingen.

Video's met belangrijke uitleg

Schakelingen om te oefenen

Onderdelen van je cijfer

Als eerst ga je de spanning meten van lampjes.

Maak eerst een serie schakeling met 2 lampjes.
Meet de spanning van beide lampjes in deze serie schakeling. (En schrijf deze spanning op!)

Daarna maak je een parallel schakeling met 2 lampjes.
Meet de spanning van beide lampjes in deze parallel schakeling. (En schrijf deze spanning op!)

Bewaar de metingen die je gedaan hebt goed!!!

Je gaat nu tekenen hoe schakelingen eruit zien. 

Hierboven staan oefenschakelingen.
Teken op een blaadje een schakelschema van de schakelingen 1 tot en met 6.
Bewaar dit blaadje goed!!

Tip, op deze pagina staat ook een legenda met de symbolen!!!

Zoek 5 verschillende apparaten op.
Maak een foto van het type-plaatje.

Schrijf op een blaadje wat voor apparaat het is.
Schrijf daarbij over van het type plaatje de volgende dingen:
– De spanning waarop het apparaat werkt.
– Het vermogen dat het apparaat levert.

Bewaar dit blad goed!!!

Reken uit voor jou gevonden apparaten de volgende dingen:
Tip: onderaan deze webpagina staat een stappenplan hoe je dit kan doen!!! (Je kan ook in je boek kijken)

– Het energieverbruik per jaar (ongeveer).
– Met het energieverbruik kan je de kosten uitrekenen.

Je mag ervan uitgaan dat in Nederland 1kWh ongeveer 0,24 eurocent kost.

Bewaar je resultaten goed!!!

Elk elektrisch apparaat zet elektrische energie om in iets.
Een paar voorbeelden:

– Een föhn zet elektrische energie om in warmte.
– Een televisie zet elektrische energie om in licht en geluid.

Schrijf op een blaadje 10 verschillende apparaten op.
Schrijf voor elk apparaat op welke energie er wordt omgezet. (Van elektrische energie naar …)

Bewaar dit blaadje goed!!!

Als je alles gedaan hebt kan je iets inleveren voor een cijfer.
Je hebt de volgende dingen verzameld:

– Resultaten van je gemeten spanning van serie en parallel geschakelde lampjes.
– Getekende schakelingen (6 stuks)
– Een overzicht van 5 apparaten hun spanning en vermogen.
– Een berekening van de kosten en verbruik van deze 5 apparaten.
– Een overzicht van 10 apparaten met welke energie word omzetten in die apparaten
   (van elektrische energie naar …)

Dit ga je nu inleveren bij je docent.
Hoe je dit gaat doen, mag je zelf kiezen.
Voorbeelden:
– Presentatie
– Powerpoint
– Een eigen gemaakt filmpje
– Verslag (op papier of via Word)
– Een poster

Overleg wel met je docent op welke manier je gaat inleveren!!!

Uitrekenen van kosten

Het uitrekenen van kosten gaat in verschillende stappen.

Stap 1 Tijd inschatten
Schat in hoelang een apparaat gebruikt wordt per jaar. Je antwoord is altijd in uur!!!!!!
Voorbeeld:
– Een mobiel wordt 2 uur per dag gebruikt.
  Per jaar is dat dan: 2 uur x 365 dagen = 730 uur
– Een stofzuiger wordt 0,5 uur per week gebruikt.
  Per jaar is dat dan: 0,5 uur x 52 dagen = 26 uur

Stap 2 Vermogen omrekenen
Een apparaat heeft altijd een vermogen.
Dit vermogen krijg je altijd met de eenheid Watt (W).
Je moet dit omrekenen naar kilowatt (kW).
Dat doe je op de volgende manier:

1 kW = 1000 W

Voorbeeld:
– 2 kW = 2000 W
– 750 W = 0,75 kW

Stap 3 Uitrekenen verbruik
Je kan nu het energieverbruik uitrekenen van een apparaat met de volgende formule.

Verbruik = vermogen x tijd
Stap 3 = Stap 2 x Stap 1

Je antwoord van Stap 3 is altijd in kWh!!!

Stap 4 Uitrekenen kosten
Je kan nu de kosten uitrekenen van een elektrisch apparaat.
Dat doe je met de volgende formule:

Kosten = energieverbruik x 0,24 euro

Je hebt nu de kosten uitgerekend van 1 apparaat.